Bezoek aan Piet Burger
27 februari 2003

terug


Een woordkunstenaar in de polder
De huizen van Andijk slingeren zich onder een schitterende lentezon in een lang lint langs de dijk. Het is 27 februari. We rijden al zo’n 15 minuten heen en weer op deze Dijkweg, op zoek naar de bakermat van het Rebus-cryptogram. “Zijn wíj nou doorgewinterde puzzelaars! We kunnen zelfs in zo’n klein dorp de weg niet vinden”, zeggen we beschaamd tegen elkaar.
Vanuit de auto vragen we een passerende fietster waar de Hoekweg is. “Hier…!?”, zegt ze, alsof we de domste vraag van Andijk gesteld hebben. Ineens zien we het inderdaad. Piet staat lachend door het raam naar ons gestuntel te kijken. “Ik heb nog maar geen koffie gezet”, zegt hij als we binnen zijn, “anders was hij al koud geweest”.  Het is de eerste keer dat we Piet in ‘het echt’ zien. De contacten tot nu toe liepen via de telefoon en de post. Hij is een vriendelijke man, de sneeuwwitte haren strak voorover gekamd, een al wat voorzichtige tred en een rustige stem. Vanaf de vide kijkt een portret van hem op ons neer: een collage van foto’s en tekeningen van planten en bloemen die zich vanuit zijn hoofd een weg zoeken tussen vlinders, allemaal voorzien van cryptische omschrijvingen. De redactie van Elsevier deed het hem cadeau toen Elseviers Weekblad opging in Elseviers Magazine.

Margot Pyrc
We drukken een warme hand en geven Piet een prachtige orchidee als dank voor het genot dat hij zoveel puzzelaars heeft bezorgd door zijn Rebus-cryptogram 2002 bij Jaspers Cryptogrammensite te plaatsen. Hij neemt hem wat verlegen in ontvangst en verdwijnt ermee in de keuken waar hij eerst maar eens voor verse koffie met een knapperig notenkoekje gaat zorgen; hij voelt zich duidelijk onhandig als de schijnwerpers op hem gericht staan. Om die reden heeft hij eerder ook al gezegd niet aanwezig te willen zijn op de CryptoConferentie in maart

Piet vertelt dat hij zijn hele leven al op dit zelfde plekje woont. Hier heeft zijn geboortehuis gestaan. Hij brak het na de dood van zijn vader af en bouwde zelf - hij timmerde niet alleen puzzels in elkaar - een grotere woning.
Een beroemdheid in Andijk en omstreken is hij niet geworden met zijn puzzels. De dorpelingen wisten het wel, maar er zijn er maar twee geweest die ooit meededen aan zijn Elseviercrypto’s. Er werd nooit over gepraat eigenlijk. “Toen ik bij Elsevier stopte, wilden ze een interview met mij in de dorpskrant, maar dat hoefde van mij niet zo. Daarna heb ik er niets meer over gehoord.”
Eén keer slechts kreeg hij “last” met zijn dorpsgenoten. Die hadden voor de jeugd een puzzeltocht georganiseerd die langs Piets huis leidde. Ter plekke moesten ze een vraag beantwoorden over het naambordje dat naast zijn deur hangt: een houten schild met daarop de naam “Margot Pyrc”, het omgekeerde van cryptogram. “Ik wist helemaal niet dat die puzzeltocht gehouden zou worden en net op die dag had ik het bordje binnen gehaald om het weer eens bij te schilderen. Dus voor de wandelaars viel er niets te zien. Toen werd ik de volgende dag door een kwade organisatie gebeld waarom ik het weggehaald had.”
Binnenkort zal “Margot Pyrc” definitief van de gevel verdwijnen. “Het is voorbij”, zegt hij. 

Puzzelagenda
Het maken van puzzels heeft een groot deel van zijn leven in beslag genomen. Hij deed het naast zijn werk als timmerman. Vanaf het begin van de jaren ’60 van de vorige eeuw leverde hij wekelijks twee puzzels aan Elsevier. Een groot aantal jaren waren ook het Parool (2 puzzels), het kunstblad Vitrine en Denksport afnemers. “Dat betekende dat ik het hele weekend en bijna alle avonden puzzels zat samen te stellen.”
Dat was nog echt handwerk. De diagrammen werden met potlood ingetekend en daarna ingevuld. De sporen van die noeste arbeid staan in zijn bescheiden boekenkastje: een groot aantal drukken van de Dikke Van Dale, die ogen alsof een legertje muizen zich te goed heeft gedaan aan de ruggen. Hij kende ze ongeveer van buiten.
Tussen de Van Dales het Canonieke Woordenboek van Dick Beekman dat hem te hulp schoot als hij helemaal vast zat.
Van cryptogrammen had hij altijd een voorraadje voor een jaar klaar liggen, andere puzzels maakte hij kort voor de deadline.
Lachend vertelt Piet hoe hij éénmaal bijna onder de last bezweek. “Elsevier had het plan een puzzelagenda uit te geven en vroeg mij voor elke week een kruiswoordraadsel te leveren. 'Wanneer moeten ze klaar zijn?' vroeg ik. 'Gisteren' zei de samensteller. Ik vroeg er een week de tijd voor (het betaalde aardig), nam vrij bij mijn baas en zat al die dagen allen maar puzzels te maken. En elke dag was er een telefoontje van Elsevier of ik al klaar was. Halverwege de week kwam ook nog eens de boodschap dat ze zich vergist hadden. Ik diende niet 52 puzzels te leveren, maar 57! Het toeval wilde dat dat jaar 53 weken had en verder waren ze vergeten me te vertellen dat er ook nog elk kwartaal een speciale prijspuzzel moest komen. Het is me allemaal gelukt in die week, maar het was wel zwart voor mijn ogen.”
De puzzelagenda werd overigens geen succes. Elsevier probeerde het nog een jaar, maar er was onvoldoende vraag naar de boekjes. 

Brievenbus
Piet Burger heeft met veel van de oplossers van zijn rebus-cryptogram contact gehad. Sommigen schrijven of bellen hem nog wel eens. Hij trekt een map met fanmail uit de kast. Daaronder tot ons genoegen enkele namen van regelmatige bezoekers van Jaspers Cryptogrammen Site.
“Ik las altijd alle oplossingen die werden ingestuurd. Persoonlijke brieven kregen een antwoord van mij en dat leidde dan soms weer tot verdere correspondentie.” Het verklaart waarom er ineens een rouwkaart met een bedankbriefje tussen zit. Piets puzzels hebben altijd zoveel betekend voor haar, schrijft een van de kinderen…
“Ik weet ook dat een ernstig zieke reumapatiënte elke vrijdag bij de brievenbus op de postbode zat te wachten tot Elsevier kwam. Ze reed daarna zo snel mogelijk naar haar kamer en sloot zich op met mijn puzzels. Ze ging daar zo in op dat ze althans voor even haar verschrikkelijke pijn kon vergeten”. Dezelfde vrouw schreef hem hoe het haar verdroot dat hij stopte. Voor haar stopte nu ook het puzzelen. Ze kon maar niet wennen aan de opgaven van Piets opvolger in hetzelfde blad. 

Hij kan veel namen van inzenders nog uit het blote hoofd noemen. Elke inzending controleerde hij en de goede verdwenen in een wasmand naast zijn tafel. "Als de termijn gesloten was, trok ik de winnaars en controleerde nog even extra of ze echt wel alles goed hadden".
Het gros van de deelnemers vond meedoen leuker dan winnen. “Maar je had er ook wel eens bij die echt instuurden om de prijzen. Ik herinner me iemand die zelfs op zes of zeven verschillende namen meedeed, maar alles met dezelfde pen en in hetzelfde handschrift noteerde. Die liet ik maar één keer meeloten.” 

Visscher
Op onze vraag of Piet iets weet van de herkomst van het cryptogram, een onderwerp dat Adri erg interesseert, haalt hij een puzzelwoordenboek uit de oorlogstijd te voorschijn. Het is in een nog erger staat van ‘ontbinding’ dan de Van Dales. Achterin staat een beschrijving van de soorten puzzels die gangbaar zijn. “Een cryptogram was er toen nog niet”, zegt Piet, “maar wel een voorloper ervan. Het had de naam 'Woordspelingen-Kruiswoordraadsel' en het verscheen in Denksport. Ik herinner me er nog opgaven uit - wacht… ze moeten hier in staan… ja, ik heb het - : omschrijvingen als “visscher in volle maan” - ja, ja, oude spelling natuurlijk. Het in te vullen woord was dan ‘scherm’. Je moest in ‘v.m.’ ‘visscher’ zetten: v, vis scher, m , een voorloper dus eigenlijk ook al een beetje van mijn rebusssen. Maar dat waren nog omschrijvingen binnen een kruiswoordraadsel. Het echte cryptogram ontstond pas later." 

Aan Frans overhandigt Piet een lijstje met nieuwe suggesties voor diens cryptografiek, keurig uitgetypt op zijn machine. Er staan een paar bijzonder mooie vondsten bij.
Nu we het daar toch over hebben moet Piet zelf iets van het hart: “Hoe doen jullie dat eigenlijk? Frans maakt zo’n tekening en die komt dan bij iedereen op het scherm op zijn computer?”. Corry legt uit hoe Frans zijn tekeningen aanlevert en hoe zij ze na bewerking op de site plaatst. “Maar gaat er dan nooit iets mis: dat er dan ineens een vleugeltje van een vogel verdwenen is of zo; net zoals bij mij wel eens rebusjes fout in Elsevier terecht kwamen?” Een nadere uitleg maakt wel duidelijk dat de verworvenheden van de digitale snelweg aan huize “Margot Pyrc” duidelijk zijn voorbijgegaan. Maar Piet zelf kan daar hartelijk om lachen. Hij wil het ook allemaal niet meer bijhouden. Zijn goede vriend Battus, die hem ooit de ‘palindroomkoning’ noemde, verbreedt zijn terrein ook al tot gebieden waar hij weinig meer mee heeft. “Opperlans!” staat ook bij Piet in de kast “maar ik kijk er niet veel meer in. Hij snijdt veel onderwerpen aan waarvan ik de lol niet meer in zie”.

We stappen op. Buiten maken we nog een paar foto’s. Bij de laatste legt Piet spontaan een arm om Corry’s schouder. Het past in de sfeer van deze middag, waarin Piet meer ging vertellen naarmate wij aanstalten maakten om te vertrekken.
Als we weer richting Enkhuizen rijden staat de zon al laag boven de polder. De polder van Piet Burger.

tekst: Adri Altink
Foto's: zie familiealbum

© februari 2003 Jaspers Cryptogrammen Site


naar boven