In Memoriam Henk Scheltes

NRC Handelsblad, 16 mei 1987

door Max Paumen

 inhoudsopgave

'Waarom zou je naar Zuid-Frankrijk gaan als je hier temidden van je goede vrienden feest kunt vieren?' Henk Scheltes glunderde vorige week zaterdag van top tot teen en samen waren we heel tevreden. We zaten in de zon, een borrel op de voet van een parasol en we vierden een verjaardag van een wederzijdse vriend.
Naarmate de uren vorderden, werden we uitbundiger en kwajongensachtiger. We koesterden ons in Henks bulderende lach, zoals we dat zo vaak hadden gedaan. Om half elf 's avonds gingen we naar huis. Twee uur later was hij dood.

Later, toen hij lag opgebaard, hebben we hem nog gezien. Iemand die onze verstandhouding niet kende zal het niet begrijpen, maar wij dachten, toen we hem daar zo volstrekt tevreden zagen, dat het nog zou helpen als we zouden roepen: 'Toe nou, Henk, sta op', want was hij dan misschien over de dood heen dat 'intellectuele bedriegertje' gebleven, zoals n van zijn meest fanatieke Scryptogrammenoplossers de acteur Luc Lutz het uitdrukt, met wie ik na Henks dood over beider passie heb gesproken?

Voor zijn vele vrienden was Henk Scheltes een open boek: joviaal, hartelijk, een kameraad voor het leven, medelevend, diep begaan met andermans problemen, een vrolijke man, die zijn zorgen verborg achter zijn lachende ogen. Met n hartewens: dat hij na een mooi feest plotseling zou sterven, als de dood dat hij was voor versukkeling op zijn oude dag.

Maar wie van het leger anonieme aanhangers weet precies wie er achter die wekelijkse plaaggeest schuil ging, met andere woorden: wie was de ware Henk Scheltes? Een oud-collega van de krant zei altijd: 'Als je je weet te verplaatsen in de geest van Henk, kun je de cryptogrammen oplossen', maar lang niet iedere lezer had dat voorrecht.

Henk Scheltes was een lange, breedgebouwde man met een zeer gedistingeerd uiterlijk: een iets uitstaande grijze haardos, een keurig verzorgde snor. Een journalist van de verzorgde stempel. Die hadden vaak, als ze niet aan hun werk ten onder gingen, iets van de bon vivant. Hij was meer van het verwerkende dan het schrijvende type: een man, die niet zo nodig met zijn naam in de krant hoefde. De letter 'S', die na de fusie in 1970 tussen de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad vr het woord cryptogram werd gezet was een zeer bescheiden eerbeton, even bescheiden als lange tijd de honorering was.

Pas toen hij in 1982, na 36 jaar bij de krant gewerkt te hebben, vervroegd uittrad, werd de anonimiteit doorbroken. En van zijn en mijn collega's, Frans van Klaveren, onthult dan voor het eerst wie de man was achter de Scryptogrammen. Van Klaveren legt dan ook iets bloot van wat oplossers van cryptogrammen, van wie hij er zelf n is, moet bezielen; dat er in een Amsterdams caf op zaterdagmiddag een club mensen bij elkaar komt, die daar kort na het verschijnen van de krant aan het oplossen beginnen, over het circuit van anderen, die elkaar in de weekeinden, op zoek naar niet te vinden woorden, opbellen en over Luc Lutz, de in Rotterdam woonachtige en met Scheltes bevriende acteur, die Henk opbelde voor een oplossing. 'Dat het ik misschien drie keer gedaan', zegt Lutz nu. 'Dat was als ik dacht dat ik gek werd. Henk zei dan altijd: ja, ja, daar moet ik eens even over denken en pas nadat ik hem de verzekering had gegeven dat ik de oplossing toch niet zou inzenden, want dat deed ik nooit, dan gaf hij ze.' De meeste van Lutz' Scryptogrammenvrienden zouden trouwens nooit oplossingen inzenden.

Wanneer Henk Scheltes er mee is begonnen, is niet exact te achterhalen, maar mensen uit zijn directe omgeving houden het op omstreeks 1953 of 1954. Henk Scheltes wordt er toe aangezet door hoofdredacteur mr. A. Stempels van de Nieuwe Rotterdamse Courant, die in plaats van de tot dan gangbare puzzel er graag n heeft waarop de lezers zich de breinen kunnen breken.

Hoeveel hij er sedertdien heeft gemaakt, is ook niet precies te zeggen, want totdat in het begin van de jaren zeventig n van zijn vele goede vrienden hem adviseert zijn zaakjes eens bij te gaan houden, doet Scheltes niets aan administratie. Maar het moeten er duizenden zijn geweest. Lutz houdt het erop dat hij er 'tenminste duizend' heeft opgelost.

In Henks huis heb ik in ieder geval dozen vol aangetroffen: de dummy's, waarop hij met potlood in de kantlijn de begripsomschrijvingen schreef en de grote halen, die daarvan uitgingen naar de hokjes waarin de letters moesten worden ingevuld en waarmee ik hem op de krant, toen hij nog op de redactie-binnenland zat, zo vaak in de weer zag. Thuis heeft hij ook zijn kaartenbakken. Je treft er de puzzelwoorden met daaronder de omschrijvingen aan: op de meeste kaarten staat meer dan een beschrijving, maar uit de dateringen blijkt dat hij altijd heel wat jaren er tussen nam voordat hij een woord, overigens met een andere omschrijving, opnieuw opvoerde.

'Lezers reageren onmiddellijk als je met iets komt, dat je kort tevoren al eens gebruikte', zei hij me eens. En van zijn collega's weet zich zijn ijzeren geheugen nog te herinneren. 'Dan zei je: zeg, Henk, is ijsheiligen niet eens wat voor je en dan antwoordde hij: dat heb ik toen en toen al gebruikt.'


Ik heb in de bakken minimaal 8500 woorden geteld. Op 13 januari 1973 staat in de kaartenbak bijvoorbeeld het woord 'brandmeester' met als omschrijving: Hij heeft het vuur onder de knie. Op 15 december '79 heeft hij het woord 'duikelaar' gebruikt: Hij komt altijd op zijn pootjes terecht. Op 9 november '85 gebruikt hij het woord weer, nu met de omschrijving: Zelfrichtend speelgoed. Op 2 mei '87, het voorlaatste Scryptogram dat voor zijn dood in NRC Handelsblad verschijnt, staat onder het trefwoord 'doodsaai': Heel vervelend, zo'n streek van Magere Hein. Soms staat achter de omschrijving de letter 'A' van het blad Avenue of de 'T' van het weekblad De Tijd, waarvoor hij ook cryptogrammen maakte.

Henk Scheltes maakte ze zonder ooit hulp van buiten in te roepen. Hij deed er gemiddeld acht uur over. Het gebeurde in een ontspannen sfeer 'omdat het altijd zijn hobby is gebleven', zoals n van zijn zonen zegt. Hij speelde soms in op huiselijke omstandigheden, maar de ware journalist in Henk Scheltes verloochende zich niet als hij onderwerpen uit de actualiteit gebruikte. Dan ging het dus om journalistiek op hoog niveau binnen een kader van 16 bij 16 centimeter, soms kleiner, soms groter.

Lutz: 'Scheltes' cryptogrammen waren altijd de beste, omdat een ander antwoord nooit mogelijk was. Hij ging doordacht en doorwrocht te werk. Hij verschafte ons als geen ander het plezier om via de misleiding de waarheid te vinden. Spelen met de taal kon hij meesterlijk. Dat deed hij lucide en intelligent. Noem ze maar gerust intellectuele bedriegertjes van topformaat. Wat een schok dat die man zo plotseling is overleden. Ik was als oplosser helemaal met hem vertrouwd geraakt: er was een soort onuitgesproken band tussen hem en zijn publiek.'

Aan het gevecht op afstand tussen Henk Scheltes en de lezers is nog geen einde gekomen. De publicatie in NRC Handelsblad gaat in ieder geval nog tot half oktober door (de derde van een verzameling in boekvorm is op dit moment op de correcties na gereed).

Ongeveer drie weken geleden kwam Henk de redactie op met een voorraad voor een half jaar. Dat wekte verbazing, omdat hij normaal maar voor zes weken vooruit werkte. 'Je gaat toch niet dood Henk?', werd hem toen gevraagd. 'Dat is niet te hopen', heeft hij toen geantwoord, maar hij had wat geld nodig voor enige materile voorzieningen voor mensen, die hem zeer na stonden. En dat was Henk Scheltes ten voeten uit: zorgzaam voor wie hem lief waren.

Ik zag hem die laatste keer, zoals zoveel keren eerder, door de gangen van onze redactie lopen met de bruine enveloppen in zijn hand: daar liep hij met zijn wat schokkende, brede gang en kwam op me af met uitgestrekte armen en vroeg, zoals altijd: 'Hoe gaat het mien jong?'

Met Henk Scheltes in mijn buurt ging het me altijd goed. Ik weet niet goed hoe het nu met ons allemaal verder moet. 'Gewoon doorademen', zou Henk ongetwijfeld hebben gezegd.


 inhoudsopgave