De onbreekbare code van de scryptogrammer

NRC Handelsblad, 8 januari 1983

door Frans van Klaveren

 inhoudsopgave
Het Scryptogram zoals dat elke zaterdag in het bijvoegsel van NRC Handelsblad verschijnt, is voor sommige lezers een verschijnsel dat zo snel mogelijk overgeslagen dient te worden, maar voor anderen is het een wekelijks terugkerend gegeven van levensbelang. Frans van Klaveren, zelf een fervent scryptogrammer, beschouwt het fenomeen en onthult de identiteit van de maker.

De problemen bij het oplossen van het scryptogram zijn van dezelfde orde als die welke de vreemdeling ontmoet bij het ontrafelen van een taal die hij niet machtig is. Niet zelden wacht de arme tobber na een moeizame zoekpartij door een woud van synoniemen het hoongelach der autochtonen wanneer hij tot wanhoop gedreven met een onaangestoken sigaret tussen de trillende vingers om 'een tondeldoos' bidt. Een identiek gevoel van onthechting treft de Scryptogrammer.

Over de verbijstering bij de explosies van vreugde en de lachsalvo's, opgeroepen door de vreemdeling die zich in het linguistische mijnenveld heeft gewaagd, bestaat een leerzaam boekje getiteld An Irishman's Difficulties with the Dutch Language. De eerste druk dateert van 1908. Het is geschreven door rev. J. Irwin Brown D.D., die gedurende 47 jaar aan de Schotse kerk van Rotterdam verbonden was. Het is maatwerk wat betreft het leed van de taalpuzzelaar.

Collar

Brown beschrijft hoe zijn hoofdpersoon, J. O'Neill, met behulp van twee woordenboeken Engels-Nederlands en Nederlands-Engels, een waslijst samenstelt. Het woord 'collar' blijkt een verbazingwekkend aantal equivalenten op te leveren: boordje, rollade, halsband, halssierraad. "De cruciale vraag was", aldus O'Neill, "wat moet mijn uitgangspunt zijn bij het maken van een keuze? Ik probeerde boordje".

Hij besloot niets aan het toeval over te laten en paste het principe van de dubbele controle toe door het woord in het woordenboek Nederlands-Engels terug te zoeken. "Boordje" stond er niet in (waarschijnlijk omdat het een verkleinwoord is, red.). Dus O'Neill overwoog: "Als een dagelijks gebruiksartikel als een boordje er niet in voorkomt, kan ik het met een gerust hart verwerpen."

'Rollade' bood meer perspectief. De klank was goed en het woord suggereerde iets van een 'turn-down collar'. Helaas, ook dat woord kwam niet voor in het Nederlands-Engels woordenboek dat hij tot zijn beschikking had. 'Kraag' leek ook redelijk te voldoen, maar bleek na raadpleging van het woordenboek een aantal vage Engelse synoniemen op te leveren als 'cape, neck, nape en hood'. Twijfelachtig dus.

Het volgende woord was ongetwijfeld prijs. Halsband bleek aan iedere verwachting te beantwoorden en doorstond elke proef op de som. Het woordenboek sprak van 'collar' en niets meer. Etymologisch zat het ook goed. Hals - the neck; band - band, een band om de hals, kon het duidelijker? Als dat geen collar was, was niets een collar.

Zie beneden

Voor de waslijst lagen ook zeven vuile handkerchiefs gereed. Het woordenboek gaf twee woorden: zakdoek en zie beneden. Al spoedig leverde enig speurwerk Brown op dat 'zie beneden' 'look below' betekent. Even speelde hij met de gedachte dat daarmee een voetnoot zou kunnen worden bedoeld, maar die oplossing verwierp hij bij gebrek aan een dergelijk vliegenpoepje aan de onderkant van de desbetreffende pagina.

Na een diepgravende historische analyse en vergelijkend onderzoek van oude schilderijen kwam hij tot de slotsom dat geportretteerden enkele eeuwen geleden niet zelden een 'kerchief' om de hals droegen. O'Neill kon derhalve op zekere gronden aannemen dat 'zie beneden' een preutse zij het toch wel poŽtische uitdrukking uit vroeger eeuwen voor kerchief moest zijn.

Na veel wikken en wegen kwam O'Neills waslijst er als volgt uit te zien:
6 halsbanden
4 paar handboeien
3 nachtgewaden
4 paar sokken? (vilten binnenzolen)
7 zie beneden

Browns hoofdpersoon ontvlucht Nederland om totaal verzenuwd rust te zoeken op het Engelse platteland. Waarschijnlijk net op tijd om een totale krankzinnigheid te ontlopen.

Masochisme

De Scryptogrammer onderwerpt zich wekelijks aan dezelfde soort kwelling. Van vrijwilligheid is geen sprake. Met een masochistische dwang stort hij zich in een wereld die aan het wankelen is gebracht doordat de werkelijkheid een fractie is verschoven. De taal - de basis aller dingen - dekt niet langer het opgeroepen begrip en daarmee zijn alle zekerheden vervallen. De Scryptogrammer is op een andere planeet terecht gekomen waar andere wetten en definities gelden.

In een van zijn boeken heeft Harry Mulisch de totale vervreemding van een ruimtereiziger beschreven. De man bekijkt op een andere planeet een enorme fabriek waarin aan de ene kant een sigaret wordt gestoken die er na honderd jaar aan de andere kant brandend uitkomt. Als hij de buitenaardsen daarop zijn aansteker demonstreert rollen zij kwakend op hun rug van het lachen om de ondoelmatigheid van het ding.

Aan een vergelijkbare kosmische Umwertung aller Werten stelt de Scryptogrammer zich bloot (Een scrypto-opgaaf: geen trek in opstand. Oplossing: onlust. Maar onlust is juist opstand dus ... enz. enz.).

Natuurlijk zijn er buitenstaanders die zullen beweren dat er voldoening moet zijn gelegen in ieder gevonden Scryptowoord. Dat is gedeeltelijk juist. Inderdaad kent het wekelijkse woordschaak dat Scryptogrammaker Henk Scheltes met de lezers speelt het marginale genoegen van het AHA-Erlebnis. Immers elk opgelost raadsel toont een zekere mate van congenialiteit met de ontwerper ervan aan. Een schimmige tegenstander is op eigen wapen verslagen, zijn psyche is doorgrond, de vijandelijke code is gekraakt.

Dit genoegen is niet voldoende. Bij het oplossen van een Scryptogram gaat het niet om de woorden die men wŤl heeft gevonden maar juist om die welke men niet vindt.

Onvolkomenheid

Zolang de verschoven werkelijkheid niet in haar totaliteit is rechtgezet, worden - we zagen het hierboven reeds - de oude zekerheden niet herwonnen. Rest het knagende gevoel van onvolkomenheid dat ook optreedt bij het aanschouwen van een uit het lood hangend schilderijtje terwijl men niet over het instrumentarium beschikt daaraan iets te veranderen.

Om de basis van het bestaan te herstellen dient - heel mathematisch - eerst een optelsom met taal gemaakt te worden. Pas als alles weer klopt kan het leven weer betekenis krijgen. Het oplossen van het Scryptogram is daarmee ver uitgetild boven het onnozele puzzelen. Voor wie er aan begint is het een levensnoodzaak, een bestaansvoorwaarde geworden.

Dit verklaart ook de vele uren die lezers aan het oplossen van het Scryptogram besteden. Zouden die tot economische manuren worden herleid, dan zou de schade die Scheltes wekelijks aan de Nederlandse economie toebrengt gigantisch blijken te zijn. Tal van bezuinigingsmaatregelen zijn niet nodig wanneer de daad- en denkkracht die Scheltes iedere week vraagt, een praktische aanwending zou krijgen. O'Neill, zo hebben we gezien, trok zich op tijd terug. Kůn zich terugtrekken doordat zijn eigen taal in het buitenland niet werd aangetast. De scryptogrammer kan dat niet.

Telefooncircuits

Geen wonder dat de maatschappij een antwoord heeft bedacht. Er bestaan hele telefooncircuits waarin ervaringen, gedachtenspinsels en mogelijkheden worden doorgesproken, soms ook - de eerlijkheid gebiedt dat te zeggen - met geen ander doel de eigen brille te etaleren. In cafť Zwart op het Amsterdamse Spui is op zaterdag een speciale 'Scryptogramhoek' ingericht.

Ook elders in de hoofdstad buigt men in communeverband het hoofd. Rekening houdende met de goedkopere telefoontarieven in het weekeinde kan men er ook op dit punt niet onderuit dat Scheltes' hobby het lezerscollectief honderden guldens moet kosten; de strop voor de kroegbaas wegens gederfde inkomsten nog daargelaten omdat de cliŽntele zo lang als nodig is, helder moet blijven.

Er is ook een soort van ruilbeurs ontstaan. Mag ik van jou 4 horizontaal, dan krijg jij van mij 11 verticaal. Dit fenomeen voltrekt zich buiten de directe familie- en vriendenkring. Het enige oogmerk is zoveel mogelijk oplossingen te vinden ten einde in de meest nabije omgeving als intellectueel codekraker te kunnen schitteren.

Oplichter

Nederlands meest doortrapte oplichter op dit gebied zouden we de Rotterdamse toneelspeler Luc Lutz kunnen noemen. Hij heeft de moed in het weekeinde(!) Scheltes op te bellen voor nadere informatie. Of hij die loskrijgt is nimmer onthuld. Evenmin is bekend of Lutz in zijn omgeving prat gaat op zijn capaciteiten om - als een geheim agent - codes te breken. De ten toon gespreide zwijgzaamheid in het doorgaans loslippige wereldje van acteurs lijkt op het tegendeel te duiden. En dat betekent dat Lutz een slachtoffer is als zovelen. Hij moet - met te korte armpjes - het schilderij recht hangen omwille van zijn zielerust.

Het leger der dapperen - de Scryptogrammers - is groot. Veertien procent van het lezersbestand van NRC Handelsblad: acht procent mannen en eenentwintig procent vrouwen. Opleidingsniveau: ulo 14, middelbaar onderwijs 17 en hoger onderwijs 12 procent. Ter illustratie van het verslavende karakter van het Scryptogram het volgende gerucht. Prins Bernhard, in toorn ontstoken over een artikel in NRC Handelsblad, besluit de krant op te zeggen. Hij stuit op een veto van de oude Koningin. Zij wil het Scryptogram niet missen.


Dit artikel verscheen eerder in het NRC Handelsblad (17 december 1982) onder de titel:

'Schade van scryptogrammen aan Nederlandse economie is gigantisch'

 


 inhoudsopgave