Verslag onder redactie van Ingrid Wong
 

home


CC 2009 fotoverslag                  Cryptopoëzie Jan Beuving                  Burgerzaken (Pictogram)

 

Traditioneel verschijnt er na iedere cryptoconferentie een verslag – als geheugensteuntje voor hen die er bij waren en als troostprijsje voor hen die er niet bij konden of wilden zijn.
Sinds de vorige CC is dat een echt groepswerk geworden waarbij verschillende vliegende reporters verslag doen van een of meerdere onderdelen. En daarmee ben ik gepromoveerd van notuliste naar voorzitter van de notuleervereniging. En wil ik vanaf deze plaats nogmaals de vrijwilligers bedanken die zich spontaan aangemeld hebben, al dan niet onder emotionele druk van mijn oproep in enige gastenboeken. Nannie, Monique, Rein, Anita en Wilma: jullie zijn toppers!

Als voorzitter van de notuleervereniging (VvdN) heet ik u dan ook van harte welkom bij het verslag van de zesde Cryptoconferentie, voor de vijfde maal gehouden in het Dorpshuys van Cothen. Wilma trapt af met haar impressie van de ontvangst:

Ontvangst.

Na anderhalf jaar is het weer zover, de CCC is een feit. Het is half een als we de parkeerplaats bij het Dorpshuys in Cothen bereiken, na een prachtige herfstrit. Zo’n conferentie in het najaar heeft ook zo zijn voordelen. Cothen, waarvan menigeen voor de CC nog nooit gehoord had, is een beroemde, vertrouwde ontmoetingsplek geworden voor cryptogrammenaanbidders. We worden verwelkomd door Corry; het is nog rustig en de koffie staat al klaar. Henk is druk bezig de cadeaus uit de kofferbak te halen. Het Dorpshuys heeft een metamorfose ondergaan, en binnen ziet het er mooi en gezellig uit. Terwijl de eerste bezoekers van een kopje koffie genieten komen gaandeweg meer en meer mensen binnenwandelen. Bekenden zoeken elkaar op en oudgedienden hebben al spoedig het hoogste woord. Boeken, foto’s e.d. worden uitgewisseld, en een half uur later is het merendeel van de gasten gearriveerd. De beide ‘Adrianen’ zorgen voor wat verwarring: “Ben jij nou de Adriaan uit Zwolle of uit den Hoorn”. De meesten eerstejaars zie je, enigszins onwennig, zoekend rondkijken of er al ‘hint’-bekenden aanwezig zijn.

Corry is de perfecte gastvrouw. Iedereen wordt persoonlijk begroet en indien nodig voorgesteld aan de al aanwezige mensen. Alex staat bij de badges en, zuinigheid met vlijt, er liggen zelfs nog exemplaren van vorig jaar.

De broodjes en soep worden genuttigd en er zijn zelfs mensen bezig met de zaterdagse cryptogram van de Volkskrant en het Scrypto. De zaterdag blijft voor hen de puzzeldag en wat een leuke ervaring is het dan persoonlijk ‘gehint” te worden.

Ondertussen zijn ook enkele andere notulisten, Monique en Anita gearriveerd. We praten even bij en het is prettig te merken dat je na anderhalf jaar de draad zo weer oppakt. Later op de middag spreken we Ingrid nog, die onze afzonderlijke verslagen aan elkaar gaat breien.

Op de tafels liggen blaadjes met het programma van de middag al klaar. Ook is er voor iedereen een puzzel met ‘burger’ vragen. Het thema is ‘Piet Burger’ maar de link naar de hamburgergigant is natuurlijk snel gelegd, mede door de mooi verzorgde foto-opdrachten. Of Piet zo blij zou zijn met de associatie MacDonalds en BurgerKing blijft de vraag. Er wordt her en der al druk gepuzzeld; onopgeloste puzzels zijn een doorn in het oog van de rasechte cryptogrammenliefhebber.

Corry vertelt dat Frans helaas niet kan komen omdat hij ziek is. Jan Beuving is op het allerlaatste moment ingesprongen, en dat nog wel op zijn verjaardag. Er gaat een grote verjaardagskaart rond waar iedereen de kans krijgt hem schriftelijk te feliciteren.

Buiten heeft zich ook een groep gevormd. Het is duidelijk dat onder het genot van een rokertje menig puzzel wordt opgelost. De rokers nemen nog net even de tijd voor een laatste sigaret voordat om half 2 het startsein gegeven wordt: Het gaat beginnen……
 

Als VvdN heb je natuurlijk een hechte band met de leden. Al is die band vooral virtueel en schuiven gedurende de dag gezichten en namen steeds weer meer naar elkaar toe. Al badges lezend ontmoet ik zo mijn mede-verslaggevers. (Mag ik bij deze Alex weer heel hartelijk danken voor die badges?).
En Anita pakt de draad op bij:

 

Welkomstwoord van de voorzitter

Nadat iedereen verordonneerd wordt plaats te nemen op de stoelen, neemt Corry het woord om iedereen te verwelkomen op de alweer 7e CC met als thema dit jaar Burgerzaken.

Een speciaal welkom aan de gastsprekers Dr. Heestermans en Hugo Brandt Corstius. Verder alvast een welkom aan Marita, de overbuurvrouw van Piet Burger, die zijn steun en toeverlaat was de laatste jaren van zijn leven, maar die nog niet aanwezig is.

En dan ook een speciaal welkom aan Jan Beuving, die dankzij een voetbalblessure en ondanks het feit dat hij jarig is - en vanavond nog een groot feestje geeft omdat hij óók succesvol is afgestudeerd is als wiskundige - , vanmiddag aanwezig is. Omdat Frans ziek thuis is vangt Jan de Rebus-Conference(s) op met zijn Rebus-Poëzie in het programma, hoewel hij dit pas afgelopen donderdag te horen kreeg. Chapeau!

Om speculatie te voorkomen

Voordat er overgegaan wordt tot het ‘officiële’ programma heeft Corry nog een persoonlijke mededeling. Bij haar is (cervicale) dystonie vastgesteld. Een weinig voorkomende neurologische aandoening die zich kenmerkt door niet te onderdrukken motorische stoornissen.
Het intellectueel vermogen blijft echter onaangetast en dat blijkt uit de manier waarop Corry verder in allerlei kwinkslagen vertelt wat haar gedachten waren bij het horen van de diagnose. De inruilgarantie van moeders genen was helaas verlopen, maar ‘voordeel’ van de dystonie is dat waar het CC-publiek zal verrimpelen en verstrammen, zij volgende keren in een strak gespierd lijf kan verschijnen met dank aan minister Klink voor de levenslange Botox- en Fysiobehandelingen.
De gevolgen voor JCS zullen afhangen van de manier waarop een en ander zich de komende jaren zal ontwikkelen. Zeker is in ieder geval dat Corry in alle opzichten wat makkelijker en wat vaker ‘nee’ zal zeggen. De zaal is er toch wel stil van…

Dan over naar de orde van de dag: Burgerzaken. Even naar boven kijkend om Piet Burger in ieder geval te garanderen dat deze bijeenkomst geen eredienst is, maar een middag opgedragen aan het spelen met taal, opent Corry de 7e CC.

De heer Heestermans werd meteen al bij binnenkomst geconfronteerd met zijn jongere ik op het scherm, samen met Piet Burger aan tafel bij een ook nog jonge Sonja. Monique verslaat zijn bijdrage over Vergeten woorden.

Vergeten woorden

Wat is een haagmunt? Kun je tegen de maan pissen? Is het raadzaam je peper op prijs te houden? Wanneer krijg je een plasdankje? De uitleg van deze en andere archaïsmen krijgen we vandaag van Dr. J.L.A. Heestermans, oud-hoofdredacteur van Van Dale’s Groot Woordenboek der Nederlandse Taal. Sinds 1996 beschrijft Hans Heestermans verouderde woorden en uitdrukkingen, die uit ons moderne dagelijkse taalgebruik zijn verdwenen.

“Als Piet vandaag meeluistert, moet ik voorzichtig zijn”, aldus de oud-hoofdredacteur aan het begin van zijn betoog. Heestermans werd jarenlang elke maand bestookt met post van Piet Burger: brieven vol op- en aanmerkingen over lemmata en definities in de Dikke van Dale. “Onze trouwste correspondent, maar wel erg eigenwijs. Zo bleef hij ervan overtuigd dat het woord ‘clitoridectomie’ eigenlijk ‘clitorisectomie’ moest zijn, taalkundig gezien. Zijn kanttekeningen waren echter vrijwel altijd zinvol. Piet versleet zowat een Dikke van Dale per jaar. Uiteindelijk hebben we hem steeds een gratis editie gegeven.”

Heestermans werd krap dertig jaar geleden gebeld door Sonja Barend: er was iemand die heel veel fouten in de Dikke van Dale had ontdekt. “Dat vonden ze bij Sonja wel mooi, natuurlijk: de hoofdredacteur door het slijk halen.” Van de uitzending zelf herinnert hij zich weinig; toch ontstond toen met criticaster Piet Burger “geen vriendschap, maar wel een langdurige relatie.” Op bezoek in Burgers huis, Margot Pyrc, is de oud-hoofdredacteur ook geweest – zonder in eerste instantie de woordspeling in de gaten te hebben. Nu revancheert hij zich op de CryptoConferentie 2009, met ‘Vergeten Woorden’.

Tussen neus en lippen door laat Heestermans nog weten dat het met de kennis van spreekwoorden en gezegden bij de jeugd niet best gesteld is. Op zijn vraag aan een groep studenten hoe het spreekwoord ‘In eigen vlees...’ luidde, kwam prompt het antwoord ‘braden’. Een lid van diezelfde club bleek overigens een spellinghervormer in de dop: ‘procédé’ werd bij hem ‘pro-cd.’ En voor wie ‘procédé’ al als verouderd woord bestempelt, zijn de woorden die Heestermans vandaag oplepelt waarschijnlijk definitief in het vergeethoekje beland.
Haagmunt: ‘Als ze in ’t donker wordt geteld, is een haagmunt goed geld.’ Valse munt, dus. Want haag of bos stond symbool voor het platteland dat volgens de stedeling vanzelfsprekend weer symbool stond voor achterlijk en dom. Hagenpoorter is dan ook een niet-stedeling en een Haagweduwe een onechte weduwe, kortom: niet getrouwd, wel kinderen.

Zijn peper op prijs houden: peper was in de Middeleeuwen een duur artikel (vgl. 'peperduur’). Wie zijn peper op prijs hield, liet zich dan ook niet afschepen en wilde niet voor een ander onderdoen.

Gordijnmis: een berisping door de vrouw aan de man, toegediend achter beddengordijnen. Ook: bedsermoen, curtain lecture (Eng.) of Gardinenpredigt (Du.). (Vanuit de zaal werd als betekenis gesuggereerd: prostituee....)

Tegen de maan pissen: dit werd wel gezegd van kinderen die tijdens de menstruatie verwekt zijn. In de 17de eeuw was ‘volle maan’ een uitdrukking voor menstruatie. In het algemeen betekent tegen de maan pissen: iets doen wat hoogst ongepast is.

Plasdankje: heeft niks met plas te maken, maar alles met het Latijnse placere. Het is de dank die men krijgt, door iemand ter wille te zijn.

Die wijn voert, wijn drinkt: wie met pek omgaat, wordt er mee besmet.

Door wijn, door vrouwen en door spel, de man wordt lachend arm wel: spreekt voor zich!

Geen wijn zonder droesem, of geen wijn die geen moer heeft: niets is volmaakt.

Heestermans citeert tot slot van zijn lezing Jacob Cats. De bekende Nederlandse dichter heeft een bijzondere kijk op uiterste houdbaarheidsdata. Zo mag een ei een uur oud zijn, kan brood een dag mee, vis twee dagen en meel een week. Een gans van drie jaar smaakt het best. “En een maagd van twintig.” Een uitlating die Piet Burger wellicht wat ‘onwelvoeglijk’ had gevonden...

Bij de verdeling van de taken hadden de leden de eerste keus, als voorzitter ontfermde ik mij over de Rebusconference. Een verslag doen van de woordenwisselingen van Frans en Adri is kennelijk iets voor gevorderde CC-notulisten.... Maar dit jaar was dat anders.
 
Rebus poëzie

Frans was ziek en Adri zag zichzelf niet alleen als duo optreden. Waar vindt je zo snel een waardige vervanging?

Afgezien van het feit dat Jan Beuving de gemiddelde leeftijd van de CC in zijn eentje sterk naar beneden buigt is hij ook nog eens zeer flexibel. Het feit dat hij moest voetballen deze zaterdag verhielp hij met een blessure en zijn verjaardagsfeest was pas ’s avonds. De twee grote tassen borrelnootjes en kaasstengels waren al ingekocht dus hij kon een optreden in Cothen nog wel inlassen.

Zijn eerste bijdrage sloot aan bij de vergeten woorden. Waarbij hij terecht de paradox constateerde dat het behandelen van een vergeten woord datzelfde woord weer zo in de schijnwerpers zet dat het niet meer vergeten is.

Vergeten woorden

Ik had hier graag wat aardigs willen zeggen
Omtrent vergeten woorden, maar helaas
Ik zal het u proberen uit te leggen
De term ‘vergeten woord’ maakt me wat daas
Want neem nu eens een woord, bijvoorbeeld ‘faas’
Een woord dat u misschien nog nimmer hoorde
Nee, niet zo’n jongensnaam als Piet of Klaas
Het ging hier immers om vergeten woorden

De faas vind je op beitels en op bijlen
Het is de schuine en geslepen kant
Een fraaie faas doet timmerlieden kwijlen
Zo’n beeld heb ik erbij in mijn verstand
Maar toch is iets merkwaardigs aan de hand
Al zouden wij hier van de faas niets weten
Dus wat de faas betreft van hoed noch rand
Het woord an sich is zeker niet vergeten

Het staat bijvoorbeeld nog in de Van Dale
En ach, wie weet wordt ‘faas’ nog wel besmuikt
Gebezigd in de timmermansannalen
Of heeft iemand vandaag z’n duim verstuikt
Omdat ie weer de faas niet had gebruikt!
Ik durf met zekerheid uiteen te zetten
Dat ‘faas’ nu de vergetelheid ontduikt
Omdat ik het hier noem in drie coupletten

Dus:

Zodra je van een woord loopt te beweren
Dat ’t vergeten wordt, ga je voor gaas
Het uit te spreken is z’n lot versjteren
Dat overkwam zo-even nog de faas.
Toch zijn er tot ons dagelijks geraas
Een paar vergeten woorden doorgedrongen
Die liggen, onze hersenen de baas,
Bestorven op de puntjes onzer tongen
 

En hoewel het publiek voor het daaropvolgende gedicht oorspronkelijk bestond uit rechtenstudenten kwam het ook hier in Cothen goed tot zijn recht: Infaam en Abject. Zeker niet de kwalificatie voor de dichtkunst van Jan!

Er was eens een gewone advocaat

Er was eens een gewone advocaat
Die werkte op een doodgewoon kantoor
Zo’n grachtenpand met echt een gracht ervoor
En natuurlijk tussen pand en gracht een straat

Hij had een onberispelijke naam
Hij was voorkomend, aardig en correct
En niemand noemde hem dan ook ... infaam
Laat staan dat iemand ‘slecht’ zei, of ... abject

Hij was geschoold en uiterst vakbekwaam
En nogal erudiet en goed gebekt
Dus zelf gebruikte hij het woord ... infaam
Geregeld – net zo vaak zelfs als ... abject

Maar deze doodgewone advocaat
Die nam het in zijn leven niet zo nauw
Met de liefde en gebruikelijke trouw
Die behoren bij de huwelijkse staat

Hij had dan ook een bastaardkind verwekt
Zijn houding was bepaald niet monogaam
Die daad was op z’n zachtst gezegd ... abject
Maar de moeder van dat kind was echt ... infaam

Zij werkte moet u weten achter ’t raam
Haar lichaam was daar nauwelijks bedekt
De advocaat zag haar in een ... infaam
Moment dat ik wil duiden als ... abject

Maar onze doodgewone advocaat
Vergat het voorval bijna net zo snel
Als hij weer weg was na dit overspel
Hij volgde slechts zijn eigen rode draad

Die houding heeft hem hopeloos genekt
Het kind vond alles uit, en riep: ... abject!
Dit is een afkomst waar ik me voor schaam
Die pa van mij is eerloos en ... infaam!

Het was via zijn moeder uitgelekt
(die was verslaafd aan pure aspartaam)
Ze zei: je vader? Die was echt ... abject
Hij is een advocaat – en zeer ... infaam!

Het lot van de gewone advocaat
Werd in een zaak voor het gerecht beslecht
Aangaande het alimentatierecht
U snapt: een ingewikkelde spagaat

Hij voerde het proces verbaal volstrekt
Correct – qua taalgebruik zowat een Vlaam
Maar hij verloor en bulderde: ... abject!
Ik vind het vonnis van dit hof ... infaam!

Het kind werd advocaat en kreeg respect
En zuiverde zijn ma van alle blaam
Hij roept als hij zijn pa ziet nog ... abject
En stijgt intussen zelf heel snel in faam

Dus voor de doodgewone advocaat
Heb ik maar een moraal aan dit verhaal
Vermoord je minnaressen, allemaal
Voordat je kind je voor het hof verslaat.

Om bij te komen van de vergeten en rijmende woorden was het tijd voor een pauze van een uur, die overigens met een kwartier werd ingekort om de rest van het programma wat meer ruimte te geven.  Rein zag het volgende:
 
Pauze

Gedurende de eerste pauze wordt een herhaling getoond van een aflevering van Sonja's Goed Nieuws Show (1981), en zijn velen druk doende het minipictogram van Erwin van der Schee te ontraadselen.

Intussen schoven allerlei mensen van bekende naar bekende, leerden nieuwkomers de oudkomers beter kennen en vice versa en hoorde je vooral overal: “O, ben jij nu die en die uit dat hintsgastenboek? Wat leuk om nu eens een gezicht te zien!”

Zelf praatte ik onder andere bij met twee punnikers van het eerste uur, Henk Heemstede en Greet, en was blij te horen dat er in stilte (of in gedachten) al toegewerkt wordt naar de Olympische Spelen in Londen. Nog zo’n 1000 dagen te gaan dus de trainingsschema’s zijn opgesteld. Vooral de verplichte figuren vereisen een gedegen opbouw en zullen op clubavonden en in onderlinge competitie ruimschoots aan de orde moeten komen willen we als Nederlanders een goede kans maken voor een plaats op het erepodium. De lezers die geen idee hebben waar het hier over gaat verwijs ik graag naar het Punnikgastenboek.

Bij de voordeur werd niet alleen door de rokers regelmatig naar de wolken gekeken voor het inschatten van de nattigheid: ook de boekverkopers zochten naar een droog moment om de kofferbak open te gooien. Uiteindelijk konden Alex en ikzelf de in de motregen onze te vergeven boeken laten zien aan een aantal belangstellenden. Een stapel boeken veranderde van eigenaar en de opbrengst gaat naar JCS. Het restant is door Adri meegenomen en zal via een opkoper ook weer bij een goed doel terecht komen.

De pauze vliegt voorbij en het is tijd voor het verslag van Nannie:

 
Opperlans! Hugo Brandt Corstius over taal

Na de pauze ging Hugo Brandt Corstius, onder ander ook en vooral bekend als Battus, Stoker en Piet Grijs, aan de lessenaar staan. Hij kwam meteen ter zake door te verklaren dat hij geen cryptogrammaker is, noch in de zin van verzinner, ontwerper, noch in de zin van oplosser. Hij ontleedde het woord: crypto = Grieks voor ‘ik verstop’, gramma staat voor ‘letterteken’ en ‘ker’ – tja, wat zou dat zijn? Het staat in de Van Dale - en wel op blz. 718 – en blijkt dialect voor ‘kar’ te zijn. Wat hebben we daar nu aan? Ja, het is een ding waar je dingen in gooit. Precies wat ik nodig heb voor cryptogrammen, zo besloot hij. Om over te stappen op palindromen – het bruggetje naar Piet Burger. Eens had Battus vier palindromen gepubliceerd in een krantenartikel. Hij verkeerde in de waan dat hij de enige was die ze maakte. Enkele dagen later kreeg hij een brief uit Andijk waarin er vierentwintig stonden!

Nieuwsgierig naar de maker toog hij naar de woonplaats van de woordkunstenaar. Deze bleek, net als hij, een voorliefde voor bijzondere woorden te hebben, maar om heel andere redenen. Brandt Corstius was en is geïnteresseerd in de vorm en de in cijfers uit te drukken aspecten van woorden, terwijl Burger altijd op zoek was naar de samenhang tussen woord, zin en betekenis. “Van cryptogrammen begrijp ik niets”, gaf de wiskundige ruiterlijk toe. Zijn spel met de taal – onze taal – speelt zich af aan de rand van de semantische velden. Het gaat hem om de letters – medeklinkers, klinkers, tweeklanken – en alle mogelijke combinaties daarvan. Voor de schema’s die hij opstelt, gaat hij uit van vierentwintig letters. De ‘on-Nederlandse’ letters q en x laat hij meestal buiten beschouwing. Overigens was Piet Burger hem ook de baas in onderdelen van dit spel. Had Battus moeizaam één zin bedacht waarin alle lettes precies drie keer voorkomen, kwam Burger een week later met tien van zulke zinnen aanzetten!

Om ons inzage te geven in zijn woordkunstige bezigheden gaf Brandt Corstius enkele voorbeelden. Zo legde hij ons antiooidans voor, een merkwaardig woord, zeker, maar wel een mogelijk woord, waar je een verhaal bij kunt verzinnen. En als je een o door een x vervangt krijg je: antioxidans. Andere koppels zijn avonduren en avonturen – waarvan het verband hem als kind intrigeerde -, postcodes en postbodes en tia en tic. Het laatste voorbeeld deed hem weer denken aan Piet Burger. Vier keer is hij bij deze held thuis geweest. De laatste keer had die gezegd dat er enkele Spaanse tantes op bezoek waren geweest. Brandt Corstius had wel gezien dat Burger niet gezond was, maar het niet echt somber ingezien. De overbuurvrouw, van wie hij in Cothen de hand mocht drukken, was minder optimistisch. Dat je niet precies weet wanneer iemand dood is, is een voordeel van in Parijs wonen, zei Battus – om er onmiddellijk aan toe te voegen dat het soms ook een nadeel is.

Na afloop van zijn rede mochten we de uitkomsten van Battus’ speurtocht bekijken. Er hingen vellen met roosters waarin woorden met alle mogelijke lettercombinaties – aa, ab, ad, ae enz. horizontaal uitgezet en aa, ba, ca, da enz. verticaal uitgezet, om maar iets te noemen – waren geschreven. En er lag een kubus, beschreven met woorden van vier lettergrepen, naast twee dodecaëders met woorden van drie lettergrepen – allemaal met een bepaald patroon.

Piet Burger kon en wilde Battus niet volgen in deze woordkunst. Hij was de meester van de verrassende wendingen waar wij JCS’ ers zo van houden, hoe interessant de cijferkunstige en andere exercities in het Opperlans ook zijn. Battus, die heel toepasselijk een fles ‘plonk’ kreeg met een in een hooimijt gestoken speer erop, vertrouwde ons toe dat hij die naam graag wil veranderen – in Jaderlands! Wat toch weer cryptisch is…

Frans had nog een invaller nodig en wel om de herdruk van Piet Burger’s ‘Cryptogrammen. Leed...Vermaak’ uit te reiken aan Hugo Brandt Corstius.
Adri nam de honneurs waar en maakte het mij als notulist van dit onderdeel erg makkelijk door zijn tekst integraal op te sturen:

 
Dames en heren,

Ik heb een boekje in de hand dat me licht weemoedig stemt.
Het is de reprint met enkele uitbreidingen van “Cryptogrammen. Leed… Vermaak…” uit 1978.

Die heruitgave – in de woorden van Hugo zojuist een hereditie, en gezien het formaat, een hereditietje – is de vrucht van een driehoeksverhouding tussen Gerlof Leistra, Frans Wentholt en Piet Burger.

Piet schreef het in 1978.

Gerlof Leistra is de redacteur bij Elsevier die zich heeft ingespannen om bij zijn baas de heruitgave rond te krijgen en Frans, ach wie kent hem niet…….

Frans heeft Gerlof ook het duwtje gegeven om zich voor de reprint in te spannen. Want als iemand veel contact met Piet Burger heeft gehad in zijn laatste jaren (buiten Marita natuurlijk, die zijn persoonlijke steun en toeverlaat was) dan was het Frans.

Het was de bedoeling dat hij hier zou staan, maar ik neem het als mede-rebuscryptograaf graag van hem over.

Ik heb veel aanwezigen al eens verteld hoe Piet bij mij op het netvlies staat als de wat verlegen en een beetje verkreukelde man die in een klein kastje in zijn woonkamertje een alweer lang verouderde druk van de Dikke van Dale had staan, die totaal afgekloven was door een al te vraatzuchtige boekenwurm.

Het spreekt des te meer nu we vanmiddag van Heestermans hebben gehoord dat hij van Van Dale elk jaar een nieuw exemplaar kreeg.
Piets lichaam en geest wilden niet meer zo hard, maar in zijn moede hoofd borrelden af en toe toch nog sprankelende ideeën op. Die kon hij dan kwijt aan Frans.

Piet genóót van de cryptografieken van Frans en droeg er zelfs aan bij. Zo keerde eens alle leven weer in hem terug toen hij de geweldige inval kreeg hoe je het woord VOORTVAREND uit kon beelden. Hij stond met zijn oude botten op om huppelend en fladderend met zijn armen te veranderen in een AREND die VOOR een TV langs vliegt. Zo werd de VOOR-TV-AREND was geboren.

Frans tekende voor hem ook het woord dat hem het meest lief was: wetsuitlegging.

Opvallend is dat zowel Piet als Jelmer Steenhuis in interviews hebben gezegd dat zij ontdekten dat je dat woord in twee kledingstukken kunt knippen: de wetsuit en de legging.
We zullen wel nooit weten wie de eerste ontdekker van die vondst is. Het is goed mogelijk dat Steenhuis er al in zijn advocatenpraktijk op stuitte en dat Burger het zag omdat hij simpelweg de hele Van Dale in zijn hoofd had zitten. Piet was in elk geval zo ontroerd door de door Frans getekende weergave van de wetsuit-legging dat hij die tijdens zijn uitvaart op de kist wilde hebben.

Was Frans daarmee de ideale persoon om Gerlof Leistra aan de jas te trekken om het boekje opnieuw te laten verschijnen, Hugo Brandt Corstius is de ideale man om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen. We hebben intussen al van hem zelf gehoord wat de betekenis van Piet voor het Opperlans is geweest en volgens mij mag wat hem betreft álles van Piet worden gebundeld.

Ik herinner me ook nog goed dat Hugo, als Piet Grijs, in 1994 in Vrij Nederland, de complete oplossing weggaf van een rebus-puzzel die Henk Jongebloed had gemaakt voor De Groene, nog vóór lezers van dat weekblad er aan hadden kunnen beginnen. Tegenover de creativiteit van Piet vond Hugo die Jongebloed maar een epigoon.

Piet mocht dat wel, neem ik aan, want in de beschrijving van de oplossing van zijn rebus-cryptogram van Kerstmis 1994 verzekerde hij dat zíjn puzzel “Piet Grijsbestendig” was.

Battus’ Opperlans heeft heel wat aan Piet te danken gehad, al was Piet omgekeerd wel eens kritisch over Battus. Ik verbaasde me er over dat het Opperlandse woordenboek bij hem niet beneden in dat kastje stond.

Zijn reactie daarop was wat murmelend: hij vond dat de laatste tijd steeds meer onwelvoeglijke woorden in het Opperlandse vocabulaire opdoken. Misschien heeft hij dat wel nooit echt hardop durven zeggen, want zo welvoeglijk was hij dan ook wel weer.

Beste Hugo,

Ik overhandig je graag dit eerste exemplaar van de heruitgave van “Cryptogrammen. Leed…Vermaak…” omdat je – zoals ik parafraserend op de uitlating van een oud-minister mag zeggen – dit Leedvermaak tot instrument hebt verheven.

En er ligt deze keer tussen deze eerste aankondiging en de werkelijke ontvangst geen twee jaar, maar slechts een paar seconden als je tenminste snel hier bent.

Waarop Hugo een sprintje trok naar het spreekgestoelte, het boekje aannam en weer terugsprintte.
Dan is het tijd voor een tweede pauze. En zoals Rein observeerde:


 
Pauze

In pauze 2 kan van grote vellen opgehangen papier nog eens worden afgelezen dat er 120 woorden bestaan met een combinatie van de letters a-e-i-o-u, en dat Hugo Brandt Corstius de q en de x niet in de overzichten heeft opgenomen.

En JCS zou JCS niet zijn als de eerste leden zich niet al melden bij Hugo voor het aanmelden van een foutje en het doen van suggesties.
Na de pauze is het tijd voor een uitstekende traditie op iedere CC en het verslag is van Monique.

 
Cryptografen in het zonnetje

Golden Girls Coby, Greet en Mar hebben tegen het einde van de CCC 2009 “ het grote genoegen om het Dreamteam van huiscryptografen toe te spreken, te eren en een aandenken te overhandigen.” Vanuit het diepst van hun hart en oprecht gemeend, omdat deze mensen keer op keer veel tijd en moeite besteden aan het maken van hoogstaande cryptogrammen. “Het blijft na zoveel jaren nog steeds grote klasse en we voelen ons bevoorrecht om zoveel verschillende cryptogrammen in handen te krijgen, waarvan de moeilijkheidsgraden behoorlijk uiteen lopen en de originaliteit buiten kijf is.”

Namens alle verslaafde vakkenvullers c.q. ‘hokjesgeesten’ bedanken Coby, Greet en Mar de nieuwbakken en ‘oudbakken’ cryptografen voor het puzzelplezier van hoogstaande kwaliteit dat zij ons twee keer per week voorschotelen. “Als de klok dan negen heit, zitten wij klaar met potlood, papier en gum. Wat je zoal niet bijleert van het maken van een huiscryptogram: een mens wordt er nooit te oud voor.”

Familie der huiscryptografen

Eén voor één worden ze ‘op het matje’ geroepen, de familieleden der huiscryptografen. Sander Waalboer, wiens 100ste Myopogram nadert. Henk Bakker, met zijn Enigmagram grondlegger van het huiscryptogram. Adri Altink (vandaag zonder de zieke Frans Wentholt): samen maken zij het razend moeilijke Rebuscryptogram…. Het aan het oplossen gepaard gaande gekreun en gesteun is vaak tot in Nijmegen en Malden te horen. Beiden zijn ook nog op eigen houtje bezig. Adri met zijn Combigram, de Kennispuzzel van Jan L Luden en, in samenwerking met Jan Beuvink, het Sudokugram. Frans maakt naast de rebus ook nog het Pentagram, het Wentagram, de Cryptografiek en het Schriftelijk cryptogram.

Michael Rovers en Erwin van der Schee, beter bekend als MR&ES, zijn ook al van die veelmakers. Samen zorg(d)en zij o.a. voor Pictogram, KKK en MZC. Erwin baarde daarnaast nog zijn Kleintje ES, en of dat nog niet genoeg was, kwamen ook het Neologigram en de Erebus ter wereld. Dan Bert Ten Hoeve met zijn Themagram, die elke keer weer een nieuw thema cryptisch weet te bewerken. Ron van der Goor zette voor ons het Ron-o-gram in elkaar.

Jan Beuving, onze eigen Kees Torn, was verantwoordelijk voor het Sintogram, Sudokugram en het Blauwgeruit Kilogram. Leo Engelhart verblijdde ons met zijn Artegram, Marja Hoonhout creëerde het Speltogram, Nannie Nieland verwende ons niet alleen met het Eclectogram, maar schonk bovendien als extra prijs nog aan het thema gebonden boeken. Hans van den Brink laat ons zwoegen op zijn Amatogram en Olympiamatogram en Nico Looije, alias Darmok op zijn onvolprezen Conundrum. De niet aanwezige cryptografen (buiten Frans nog Lianne Zopfi, Louis Kesteloo, Rien Verbeek, René Vlayen, Mar van der Velden, Dick Beekman, Cees Otto en Dirk Pronk) verdienen de dankwoorden natuurlijk net zo goed!

Alle cryptografen ontvingen uit handen van de Golden Girls een digitaal fotoklokje, elk voorzien van hun eigen logo. “Omdat jullie van deze tijd zijn, zeer zeker bij de tijd zijn, omdat jullie hersenspinsels tijd vreten en omdat het inleveren van één van jullie cryptogrammen vaak een race tegen de klok is.”

Maar het zijn niet alleen de huiscryprografen die in het zonnetje worden gezet. Vanzelfsprekend is er maar één echte master en dat is de webmaster!
 
Henk, Heemstede neemt plaats achter het spreekgestoelte en de microfoon. Hij memoreert terecht dat we vorig jaar allemaal teveel op elkaar hadden gerekend en dat daarmee ten onrechte Corry ‘vergeten’ was.

Gelukkig kunnen we van fouten leren en dankzij paranimfen Mar en Marijke gaat het dit jaar goed.

De huiscryptografen worden terecht geprezen en geëerd maar wie maakt dat allemaal mogelijk? Wie plant, herinnert en jaagt op?

Ze blijft op de achtergrond maar als de nood aan de man is duikt ze op, verwoordt duidelijk en correct haar reactie en verdwijnt weer even rustig naar de achtergrond.

Het was een moeilijk jaar voor Corry en het uitstel van de CC is daarvan een illustratie. We wensen haar allemaal veel sterkte. Met haar zelfspot zit het wel goed hebben we al gehoord in haar inleiding. En niemand misgunt haar een fluweelzacht velletje!

Daarna vermeldt Henk dat hij zich de laatste tijd verdiept heeft in de Litanie ter ere van Maria uit 1601, de (of het?) Epiteta. De drie redenen voor het prijzen van Onze Lieve Vrouwe gelden ook voor Onze Lieve Webmaster:

1. Zetel van Wijsheid – al meer dan acht jaar houdt zij de site (en de JCS-gemeenschap) draaiende – dan heb je de wijsheid wel in pacht.
2. Spiegel van Gerechtigheid – ze kan geen onrecht zien en is zo objectief mogelijk. Waar het echt nodig is grijpt zij in. Het resultaat voor ons allemaal is een leuke, afwisselende site en de zekerheid dat het ondanks alle problemen toch blijft draaien.
3. Oorzaak van onze Blijdschap – hoe zeer wij al afhankelijk zijn van onze eigen computer blijkt wel als deze uitvalt en wij een heel ander mens worden. Corry en JCS hebben ons verwend en hoe dit tot verslaving leidt is al in een eerdere CC uitgebreid aan de orde geweest.

Een tegenwoordig bijna niet meer gebruikt spreekwoord (de jeugd kent het waarschijnlijk niet meer) luidt: ‘Van het concert des levens krijgt niemand het program’.

Waar komt dit spreekwoord vandaan en is het eigenlijk wel zo? Dat is toch zeker een onderzoek waard. En Henk zou Henk niet zij als hij dit niet eigenhandig opgepakt zou hebben. Een eerste resultaat levert de volgende cijfers op:

- 58% van de onderzochten trok de wenkbrauwen want zij horen echt geen concert
- een aantal JCS-leden is zich niet bewust van een programma maar men heeft het zelf gemaakt
- het concert is een veeltonig klankkoor waarin veel toonladders te herkennen zijn
- daarvan zijn de meeste chaotonisch met veel dorische en eolische invloeden
- Nieuw zijn de pas ontdekte dystonische toonladders en daar zijn we trots op

En in dystonische harmonie zingt de hele zaal ‘Lang zal ze leven’ voor Corry.
En dan overhandigt Henk namens alle aanwezigen een grote bos bloemen en een waardebon van 360 Euro.

Ook E. wilde de vergetelheid van vorig jaar voorkomen en overhandigde zijn eigen bos bloemen aan zijn moeder.

(Met excuses aan Henk want ik heb zijn prachtige woordkeus en zinsbouw hier wel heel erg weinig eer aan gedaan.)
Waarna het tijd is voor een volgend optreden van de nog steeds jarige Jan.

Onduidelijkheid (2)

‘Is zij het nou?’ vroeg Pieterbaas
… Nicolaas.

‘Is zij het nou?’ vroeg Pieterbaas
‘Ze is ‘t’, zei St. Nicolaas.
Zeist
 

Geslagen (2)

Net toen ik dacht te scoren
En haar een steen afnam
Sloeg zij mij om de oren
En zei d…!

Net toen ik dacht te scoren
En haar een steen afnam
Sloeg zij mij om de oren
En zei de dame ‘dam’!
Edam


Bouwbesluit (3)

‘Het rijksverbod op een der materialen,
Dat deert ons niet’, zo gaf de bouwer aan.
‘De sector kan probleemloos ademhalen
Wij kunnen zonder as…aan.’

‘Het rijksverbod op een der materialen,
Dat deert ons niet’, zo gaf de bouwer aan.
‘De sector kan probleemloos ademhalen
Wij kunnen zonder asbest best bestaan.’
Best


Op het nippertje (2)

Ik was in Madrid bij het voetbal gaan kijken
Alwaar het zeer rustige, k…
…delijk schrikken liet met hun praktijken:
Ze vloerden pas laat hun geduchte rivaal.

Ik was in Madrid bij het voetbal gaan kijken
Alwaar het zeer rustige, kalme Real
Me redelijk schrikken liet met hun praktijken:
Ze vloerden pas laat hun geduchte rivaal.
Almere 


Wintertafereel (2)

Ze zaten, heel gezellig, dij a...
...oek alsook speculaas te eten
De winterkou was eventjes vergeten
Maar na de laatste hap was dat voorbij.

Ze zaten, heel gezellig, dij aan dij
kandijkoek alsook speculaas te eten
De winterkou was eventjes vergeten
Maar na de laatste hap was dat voorbij
Andijk
 



Denkend in Holland
Een stille ode aan Piet Burger

Mensen die vaak cryptogrammen oplossen
Denken bij iedere plaatsnaam wel iets
‘License to kill’, denk ik altijd bij ...Moordrecht
Als ik daar langsrijd, per auto of fiets

‘Vormen een stelsel in wielen’ bij …assen
‘Klinkt als een duinpan voor dieren’: … Cadzand
Ik laat me steeds weer opnieuw zo verrassen
Als ik ontspannen wat reis door het land

‘Bomen van letters’, dat denk ik bij …Essen
‘Heus niet verzonnen’, dat denk ik bij …Echt
Cryptisch zijn haast al mijn reizen successen
‘Waterig dorpje’, denk ik bij … De Vecht

‘Snoep voor je haren’, dat denk ik bij … Geldrop
‘Mannenverblijfplaats’ bij …Frederiksoord
Of ik er nu op mijn tocht niet of wel stop
Iedere plaatsnaam bekijk ik als woord

‘Gulzig iets drinken in broeken’ bij …Gulpen
‘Stoot tussen lijnen en vlakken’ bij …Hoek
Bij zo’n idee pak ik steevast mijn vulpen
Anders dan is het bij thuiskomst weer zoek

‘Ligt in Betondorp’, dat denk ik bij …Steenwijk
‘Plaats onder Ede’ schreef Steenhuis voor …Tiel
‘Goddeloos dorp’ als omschrijving voor …Jorwerd
Weet je alleen als Geert Mak je beviel

Echter, één dorp wist ik nimmer te vangen
Nochtans aan cryptische spinsels zeer rijk
Peinzende uren en dagenlang turen
Daaraan denk ik telkens weer bij … Andijk




Ik had, de recessie indachtig
Mijn opties gelicht en waarachtig
Op dat moment vloog
De koers weer omhoog
Nu ben ik weer kapitaalkrachtig

En hiermee kwam aan het officiele programma een eind.
De eerste deelnemers vertrekken meteen, anderen nemen eerst nog een glaasje van het een of ander. De conversatie blijft geanimeerd en enthousiast en langzaam verplaatsen de buffetgangers zich naar de aanpalende zaal voor het eten.

Tussen het eten door blijven er vooral veel woorden gewisseld en banden aangetrokken voordat men druppelgewijs het pand verlaat.
Oudkomers, nieuwkomers, groentjes en veteranen, cyrptografen en crytptomakers: we kijken allemaal terug op een heerlijke middag. En vertrouwen op de komst van de volgende CC!

Ingrid Wong
 


Dank aan de Sponsors:
         
   

naar boven