Oplossingen Ron-o-gram Ron-o-gram 1 HORIZONTAAL 4. SCHOONMAAKBEURT 9. BRUILOFTSSTOETEN 10. VETARM 12. VRIJE MARKT 13+29. VOOR EIGEN RECHTER SPELEN 14. EEN GAT IN DE DAG 19. FINANCIEEL GEZOND 21. EE 22. STEELPANNETJE 23. HIJSEN 24. DOELLOOS 27. MOP 28. PAPADAG VERTICAAL 1. MOOIMAKERIJ 2. INFORMATIEDAG 3. SUPERMACHT 5. CORRESPONDENTIESCHAAK 6. ALS HARINGEN IN EEN TON 7. BOT 8. TREURKLEED 11. WERELDERFGOEDLIJST 15. NOMADENSTAM 16. AS 17. DIEP 18. DOVEKOOL 20. CELSNAAR 25. OME 26. SPEL ----------------------------------------- Ron-o-gram 2 Horizontaal: 5. honkbalstadion; 10. Bossche bol; 13. buideltas; 16. snelwegpanorama; 17. niet; 18. leerplicht; 20. vegaburger; 21. snuffelstage; 22. tab; 23. eigen 24. verandermanager; 28. wijpalm; 29. sluitersnelheid; 30. een steek onder water. Verticaal: 1. rooibosplant; 2. bandenwipper; 3. dar; 4. witbrood; 6. kleine zelfstandigen; 7. statig; 8. demonstratiesport; 9. XO; 11. spraakgebrekkigen; 12. Cuba libre; 14. slachtafval; 15. letterrevolvers; 19. inschrijfster; 20. vetzak; 25. ezel; 26. divers; 27. ijlbot. ---------------------------------------------- Ron-o-gram 3 Horizontaal: 4. kostwinnerschap; 8. windstreek; 9. Römer; 10. slijmdiertje; 12. Kluun; 14. meer (ME'er); 15. gokchinezen; 16. la; 17. OLS (Oud-Limburgs Schuttersfeest); 18. carrouselpaard; 20. tabaksimporteur; 24. dieetwinkel; 27. komaf; 28. vierdaagsekruisje; 29. krullen; 30. krentencake; 31. onbewaakt ogenblik. Verticaal: 1. citroengras; 2. week; 3. asurn ("a.s.-urn"); 4. kliklaminaat; 5. sodemieter of sodomieter (uiteraard beide goed gerekend); 6. hemelse modder; 7. portugees oorlogsschip; 11. jack; 13. winnaar; 16. Luik; 19. papierstrook; 21. boetekleed; 22. spitaanval; 23. Panenka; 25. invaren; 26. bariton. ----------------------------------------------- Ron-o-gram 4 Horizontaal: 2. lux 8. vloerwarmte 12. een moordend tempo 13. schrikkelseconde 14. nascholing 18. vrijroosteren 19. kruis 21. Schotse hooglander 23. AD 24. til 25. gemeen 27. zaken 30. teckel 31. aha-erlebnis 33. alcoholspiegel 35. L.S. Verticaal: 1. nulurencontract 3. bloemkoolsoep 4. Manoach 5. geen een 7. exportstroom 9. een kleine boodschap 10. Meden 15. gietgat 16. werkdruk 17. citroenpit 20. maalzolder 22. verloop 26. Makro 28. atlas 29. reces 32. bij 34. il Duce ---------------------------------------------- Ron-o-gram 5 Horizontaal: 5. een symbolisch bedrag 10. drilpudding 11. torero 12. toto 13. telegraafpaal 15. telefoonnummers 18. keel 19. gemeenschapsleden 21. IJlst 22. de (of je) woede onderdrukken 25. energieconsumptie Verticaal: 1. beursthermometer 2. isolatievermogen 3. sluitlantaarn (of sluitlantaren) 4. Eco 6. bedstro 7. bijtgaar 8. De Rijp 9. aardappelsteker 14. Ram 16. misère 17. erepodium 18. knijpkat 20. sasdag 23. over 24. drop ---------------------------------------- Ron-o-gram 6 Horizontaal: 6. luister bijzetten; 10. het breed laten hangen; 13. teeltpremie; 14. e-mailbom; 17. ET; 18. deuce; 20. smeris; 21. ore; 23. detective; 24. supersub; 25. constante factor; 28. bom; 29 + H29. en en; 30. prikkeldrempel; 31. + H39. De Dijk; 32. ski; 34. e.v.; 35. liefde; 38. voorkruipen; 40. ei; 41. schaakvoetbal; 42. meier. Verticaal: 1. hit; 2. vrijdenker; 3. zijn plak in moeten leveren; 4. streepje; 5. Welsh; 6. lichtgevende condooms; 7. Tour d'EPO; 8. pingeldoos; 9. iets op je brood krijgen; 11. toelichten; 12. gat; 15. Mesopotamië; 16. braskatrol; 19. ostmark; 22. RU; 26. streekpad; 27. Ree; 33. fuik; 34. EP; 36. inham; 37. duim. -------------------------------------- Ron-o-gram 7 Horizontaal: 6. gedenkcultuur; 8. spiraalarmen; 10. basisdiscipline; 12. rol van betekenis; 18. op één; 19. bretelknoop; 20. + H29. meer van hetzelfde; 21. dier; 22. avondappels; 23. troepenconcentratie; 25. mist; 26. idiotie; 27. lijstje; 28. streng. Verticaal: 1. belastingvoordeeltjes; 2. het kind van de rekening; 3. bussluis; 4. sterrol; 5. jukbeen; 7. klaagsite; 9. manco; 11. gemeenterecht; 13. erboven staan; 14. solopartij; 15. ondertitel; 16. bokswereld; 17. meetruimte; 24. clip; 27. lot. --------------------------------------------- Ron-o-gram 8 Horizontaal: 1. af; 4. een nat pak; 8. reactiemacht; 9. marsliederen; 10. alfa; 11. kunstijs; 12. textielsteden; 14. samsara; 15. krop; 16. toga; 17. kliercel. Verticaal: 2. feestelijk bedankt; 3. ongemeen; 5. tranentrekkers; 6. achterstevoren; 7. kaartautomaat; 8. remvloeistof; 13. slavin. -------------------------------------------- Ron-o-gram 9 Horizontaal: 5. gezichtsprikkel; 9. internetdokter; 12. Wenen; 13. oplegger; 15. Begrafeniswet; 16. SP; 17. + H28. een stuk maand overhouden; 18. crew; 19. woning; 21. palindroom; 24. AIO (A10); 25. Etna; 26. trommeltoren. Verticaal: 1. kermispop; 2. filmtoestel; 3. broedergemeente; 4. gevleugelde woorden; 6. hoornglas; 7. scheerbout; 8. kwik; 10. wekservice; 11. benenwagen; 14. Kanaalrat; 20. om; 21. perron; 22. lummel; 23. OIO (010); 27. Laos. ---------------------------------------- Ron-o-gram 10 Horizontaal: 6. watt en halfwatt; 10. het schip van de woestijn; 11. hof; 12. camerabehuizing; 14. jobspost; 15. onontwarbaar; 18. olieverf; 20. pad; 21. Lorelei; 23. sponzennet of sponsennet; 25. rage; 26. spatie; 28. Antananarivo; 29. bacil; 30. zetje; 31. cc; 32. tussenvakanties; 35. on-Nederlands goed; 38. hoop; 41. scheel; 42. ebstroming; 44. vetes. Verticaal: 1. staccato; 2. regimentsfanfare; 3. planeetonderzoek; 4. zweetuitslag; 5. atoomzwaard; 6. witz; 7. Heveadorp; 8. ISBN; 9. zijn bloed wel kunnen drinken; 10. hoogoplopend conflict; 13. radiotelescopen; 15. steunmaatregelen; 17. belspel; 19. eten als een wolf; 22. weetje; 24. toi toi toi; 27. schildering; 29. bandopnames; 33. vin; 34. schijn; 36. lallen; 37. sonar; 40. ups; 43. tien; 45. EO. -------------------------------------- Ron-o-gram 11 Horizontaal: 8. duizendpoot; 11. netelig; 12. ka; 13. thuistaal; 15. uitvlucht; 16. E.G.; 17. kraker; 18. nee; 19. eetster; 21. pg; 22. spiegelzoeker; 23. bof; 24. mei; 25. karveel; 27. walen; 29. Vlaanderens Mooiste; 31. zespuntenwedstrijd; 34. gewrichtsknobbel; 37. tenor; 39. tsunami; 40. kust; 41. V.S.; 42. acrobatie; 44. dekken; 45. non; 47. halfleeg; 48. oerossen. Verticaal: 1. luchtkasteel; 2. oz; 3. knettergek; 4. sok; 5. snotpegel; 6. Zeeuwse bolus; 7. zichzelf in de kijker spelen; 9. prak; 10. taugé; 14. Italië; 16. een-op-eenverhouding; 20. floreren; 21. pk; 26. LAM; 27. woordenvinder; 28. raseigenschap; 30. dop; 32. wasdag; 33. tabakskist; 35. warhoofd; 36. intranet; 38. Eva; 43. toe; 46. ooi. -------------------------------------- Ron-o-gram 12 Horizontaal: 8. het 9. mikado 10. maken 14. formaat 15. emotiequotiënt 17. de tijd heelt alle wonden 21. ara 22. staatshiërarchie 25. sportrecht 27. troje 28. deuk 30. modelspoorbaan 31. sap 32. isa 33. de pijp 35. licht aan het einde 36. inktroller 38. ria 39. cheeta 40. onderbuikspier 42. zwarting 43. pisa 44. koraalskelet 46. uren Verticaal: 1. themata 2. staand 3. film 4. castraat 5. toneel 6. Made 7. beste 11. zonder ophouden 12. auf wie(n/d)erschnitzel 13. eten wat de pot schaft 16. weesschool 18. laagterecords 19. exclusiviteit 20. pip 23. hoorn van Afrika 24. er een potje van 26. ros 27. tractorwiel 29. van de tunnel 34. plof-bv 37. lui oog 41. noir 45. ai 46. ui ----------------------------------------- RG 13 Horizontaal: 6. naar de haaien gaan; 10. eenkindpolitiek; 12. alla; 13. tergend langzaam; 15. e.a.; 16. korps; 17. alineascheiding; 19. moet je nog peultjes; 22. zwartetser; 23. lelkievit; 24. denkklimaat; 27. advent; 29. ai; 31. vlag; 32. ballastschop; 35. + H41. van dattum; 37. outlet; 38. hoge ogen gooien; 39. twee keer bellen; 42. uit de doeken doen; 43. heen. Verticaal: 1.mannen onder elkaar; 2. de klant centraal stellen; 3. haaibaai; 4. welkom; 5. aanloopkrediet; 7. rapplaatjes; 8. glasoog; 9. tegen; 11. kogelamarant; 14. zee-egel; 16. knel; 18. dweilmachine; 20. thee-ei; 21. kwadraatrest; 25. lil; 26. testgoeroe; 28. cv-monteur; 30. ontnemen; 33. loogbak; 34. poolas; 35. vuiltje; 36. melkweg; 40. en of. --------------------------------------------- RG 14 Horizontaal: 5. erbovenop komen; 9. mengen; 10. grote hoop; 12. slippertjes; 14. slag; 15. ventilatorkachel; 17. zombie; 19. wijkdiploma; 21. sr; 22. Roosteren; 23. net; 25. besteden; 26. schor; 29. in; 30. lover; 32. pausmobiel; 33. wetsvoorstel; 34. expo; 35. dove kwartel; 37. zat; 38. aso; 39. seismofoon; 41. bvo’tje; 44. dweil; 45. dodo. Verticaal: 1. ergens je voordeel mee doen; 2. longlist; 3. gein; 4. honger; 6. koosjer; 7. meetstation; 8. noodscholen; 11. paaslam; 13. pollenonderzoek; 16. te weten; 18. borst; 20. kortsluitstand; 24. toiletpot; 27. hemelglobe; 28. rubberzool; 31. vis-à-vis; 32. pariahond; 36. es; 40. oud; 42. VI; 43. jr. --------------------------------- RG 15 Horizontaal: 6. mond-op-mondreclame; 10. wielerspektakel; 11. wet T-shirt contest; 13. olie; 14. zuurstoftent; 16. Gerrit; 17. uilenei; 19. canvas; 21. botssensor; 23. ervoor gaan; 25. asbak; 28. een lieve duit; 29. uitje; 30. beul; 31. Amsterdam Z.O.; 33. nu; 34. rund; 35. kruik. Verticaal: 1. speech; 2. polsbreuk; 3. adje; 4. tenten; 5. bliksemtrein; 7. onweerlegbaarheden; 8. dieetleer; 9. melktand; 12. cd-stift; 14. Zwitserse Garde; 15. overstaptijd; 18. ora; 20. vioolblauw; 21. blazers; 22. sla; 24. neuzen; 26. bouwmeid; 27. katrol; 32. ruk. ------------------------------------------ RG 16 Horizontaal: 7. beveiligingslek; 10. baaldag; 11. zeiksnor; 12. aardantenne; 14. metro; 18. graatmager; 21. draaierig; 22. wig; 23. terracotta leger; 25. zelfoplossende hechting; 27. FTE; 28. af/a.f.; 29. ploeg; 30. + V25. aanraken is zetten; 32. tekenreeks; 33. kast; 35. Dam; 36. Ariël. ---------------------------------------- RG 17 Horizontaal: 8. van een andere planeet; 11. Sombreronevel; 12. end; 13. reanimatie; 15. niet niks; 16. USD; 17. kaaimannen; 19. etagerok; 21. frigiditeit; 23. Wig Wam/wigwam; 25. aan zijn plafond zitten; 28. Re-union/Réunion; 29. vuilbekken; 32. vooraan; 33. ploertendom; 35. docudrama; 36. piston; 37. slop. Verticaal: 1. zeemonding; 2. snor; 3. deindeun; 4. De avonden; 5. alalie; 6. in het nieuw steken; 7. met de klok mee; 9. Als je haar maar goed zit; 10. Norit; 14. Maagdeneilanden; 18. nat; 20. aai; 22. ivf; 24. insider; 26. zoutrecht; 27. Lena; 29. Vulcano; 30. bot; 31. Eros; 34. Maas. --------------------------------------------- RG 18 Horizontaal: 4. Turfmot 10. Tafelschraag 11. Luier 13. Pruik 14. Teleforensen 16. Balkonrand 19. Oefenpotje 20. Krols 21. Plan B 22. Agenda 25. Tasmaniër 26. IJzeren Rijn 27. Landjepik 30. Entreeprijs 31. Werknomade 32. HBf 33. Iberië 34. Valhekken 35. Laken Verticaal: 1. Zuil 2. Afscheidbaar 3. Voor de pot blijven hangen 5. Ster 6. Afzien 7. Camouflagestift 8. Huishoudtrapje 9. Deuntje 12. Leenbetekenis 13. Pil 15. Naspui 17. Aarstulpen 18. Kalasjnikov 23. Hasjlolly 24. Inlijving 28. Paaien 29. Kweekras -------------------------------------------- RG 19 Horizontaal: 1. mrt/Mr. T; 6. in vlammen opgaan; 11. achteroverschoppen; 13. schip; 15. toetimmeren; 16. theaterproducente; 19. poedelrock; 22. obussen; 24. kip; 25. necrologie; 26. belcoupé; 27. Noë; 28. papiertjes; 31. koebloem; 32. wervelwaarde; 33. dooi; 34. panhandle; 35. sar. Verticaal: 2. reetveter; 3. snacks; 4. flat; 5. doorgetrokken streep; 7. morspot; 8. Gucci; 9. atoomschuilkelder; 10. onanie; 12. paringspotlood; 14. hoenderdieven; 16. tao; 17. EUR; 18. doopbekkens; 20. lel; 21. opgejaagd; 23. nopje; 25. nop; 29. Aleppo; 30. roltas. ---------- RG 20 Horizontaal: 6. partijbureaucraten; 10. onderloops; 11. intrap; 12. snelzeiler; 13. droog; 14. maandracht; 16. flens; 18. hengsten; 19. intiem; 20. roshaar; 23. brombeer; 25. genen; 26. ratelslang; 29. ikke of ikje; 31. lichtemissie; 33. richtingkiezer; 35. pgb; 39. D. Day of D-day; 41. onderdanig; 42. akers. Verticaal: 1. maandnaam; 2. groot licht; 3. passer; 4. mastvogeltje; 7. twee linkerhanden hebben; 8. belgedrag; 9. chic de friemel; 15. toner; 17. Sterrengids; 21. oog; 22. aansluitend; 24. truc; 27. tutti; 28. losbranden; 30. + H36. knippen en plakken; 32. + V5. muzikaal behang; 34. gapen; 37. alg; 38. Nasr; 40. d'r. ----------- RG21 Horizontaal: 6. geloofsafval; 8. diner dansant; 9. racekak; 10. fuga; 11. collegaclub; 12. page three girl; 13. set; 14. ikstern; 16. voorn of cobra; 17. apendom; 20. + 21. innemend voorkomen. Verticaal: 1. leiderschapsrol; 2. zonnecollector; 3. afdrukeenheid; 4. namaakparels; 5. blind geboren worden; 7. visafslag; 15. eenterm; 18. preek; 19. knook.